Voorkom dat een loopbaanvraag uitmondt in burn-out!

13 Januari, 2021 13:13

Door Casper Hoorn
In een vorige baan kon ik regelmatig ’s nachts wakker worden met de vraag of ik het allemaal wel aankon wat er van me gevraagd werd. Veel mensen die een situatie van burn-out of overspannenheid hebben meegemaakt herkennen dat (Compernolle, 2014). Wat ik echter ook merkte, is dat ik het werk zélf eigenlijk helemaal niet leuk vond. Dat, samen met me steeds afvragen of ik het wel aankon, was geen gezonde combinatie. Ik besloot ontslag te nemen en op zoek te gaan naar een nieuwe baan. Hoewel dit impulsief leek, kwam ik er door die zoektocht wel achter welk werk er echt bij me paste – met al het werkgeluk van dien. En: de nachtelijke stress verdween.

Bevlogenheid als buffer

Een reeks publicaties van Arnold Bakker et. al. (2009) stelt dat bevlogenheid een bufferende werking heeft op stress. Met andere woorden: wanneer jij je werk geweldig vindt en veel positieve emoties ervaart, heb je minder last van de grote hoeveelheid werk of lastige eisen die er op je afkomen. De andere kant is ook waar, als je vaak veel stress ervaart heeft dat te maken met negatieve emoties die overheersen bij het werk: angst, irritatie, frustratie of teleurstelling (Tims, Oerlemans & Plomp, 2015).

Komt dit laatste bij jou (of een van je medewerkers) regelmatig voor? Dan kan het een signaal zijn dat de baan waar je mogelijk eerst zoveel energie van kreeg niet meer zo goed past. Immers: anders zou je de werkdruk niet zo snel als stress ervaren. Als je geen actie onderneemt kan stress overgaan in overspannenheid en uiteindelijk in burn-out. Dat er achter een situatie van burn-out of overspannenheid een loopbaanvraag kan schuilgaan, zien ik en mijn collega’s dagelijks in de praktijk.

Drijfveer uitgeveerd

In gesprekken met cliënten met stressklachten valt het me telkens weer op dat de drijfveer vaak is uitgeveerd; de rek is eruit. Wat kun je hier als medewerker of leidinggevende aan doen? De kunst is om iemands motivatie niet als een gegeven te beschouwen, maar als een continu gespreksonderwerp. Soms kan er iets belangrijks in iemands leven veranderen: de geboorte van een kind, het overlijden van een dierbare, een partner die van baan wisselt of de mantelzorg voor een naaste. Dat maakt soms dat een baan opeens een andere positie krijgt. Het werk kan minder betekenisvol voelen nu er zulke existentiële zaken spelen. Plotseling kan iemand het werk minder aan, enerzijds door de toegenomen belasting, anderzijds door de verandering van zijn of haar perspectief.

Daarnaast valt het op dat cliënten zich soms ‘locked’ voelen, de drijfveer is er allang niet meer, maar ze hebben het idee dat ze om allerlei extrinsieke redenen niet kunnen vertrekken. Een goed salaris, baanzekerheid (ik kan nu in deze tijd toch niet van baan wisselen?!), ik heb nu eenmaal voor dit beroep gekozen en er een heel lang opleidingstraject voor gevolgd (bijvoorbeeld arts, advocaat of architect), of: ik ben toch te oud voor een loopbaanstap? Soms is het zelfs zo dat de klik met het beroep er nooit is geweest, maar dat ze werk als een ‘noodzakelijk kwaad’ zien. Wanneer de druk toeneemt is de financiële impuls/het werk zien als inkomstenbron alleen onvoldoende houdbaar en wordt het mensen te veel.

Iedereen bevlogen?!

Hoewel het een hele kunst is om bevlogen te blijven in je werk, is het wel een uitdaging die je aan moet gaan. Een continue dialoog over wat je drijft in je werk en leven voorkomt dat het opeens op is. Ik zou ook een pleidooi willen houden voor job crafting, aan je baan kunnen boetseren. Zelf invloed uit kunnen oefenen op welke taken je uitvoert, kan ervoor zorgen dat een baan blijft boeien. Tims, Oerlemans & Plomp (2015) leggen dan ook een directe link tussen invloed kunnen uitoefenen op je taken (job crafting) en bevlogenheid.

Een continue dialoog over wat je drijft in je werk en leven voorkomt dat het opeens op is.

Daarnaast kun je als organisatie veel doen aan de randvoorwaarden die ervoor zorgen dat mensen zich eerder bevlogen zullen voelen. Aspecten als veel autonomie, feedback op de behaalde resultaten, sociale steun door collega’s en de leidinggevende zijn energiebronnen (Bakker, 2009) die ervoor zorgen dat de overgrote meerderheid van de mensen met plezier hun werk blijft doen.

Natuurlijk moet je ook de risico’s in de gaten houden. Als het aantal stressoren onverwacht toeneemt, zoals bijvoorbeeld in een lockdown, dan kan de grens opeens bereikt zijn. Als leidinggevende die in continue dialoog is met zijn medewerker kan dat geen verrassing zijn. En als medewerker dien je jouw eigen stressklachten serieus te nemen. Het is goed om telkens opnieuw je eigen motivatie te evalueren: is dit nog de plek voor mij, kan ik me in dit werk voldoende ontwikkelen? Beleef ik nog voldoende plezier aan mijn taken?

Het werk en de liefde

In mijn gesprekken benoem ik regelmatig de parallel tussen je werkrelatie en de relatie met je partner. Blijf je samen met iemand terwijl je allang niet meer van hem of haar houdt? Voor sommige mensen is het heel eenvoudig, nee, dan ga je weg. Toch blijkt dit bij een baan regelmatig een lastigere keuze, eentje waarbij je je soms echt moet voorbereiden op een afscheid. Als je wat minder voelt voor de ander, maak je dat bespreekbaar in je relatie? De meeste mensen zullen dit beamen, maar op het werk voelen sommigen daarvoor een grotere drempel. Straks denken ze dat ik direct weg wil!

Twijfel over je baan is net zo normaal als twijfel over je liefdesrelatie en hoort bij groei en ontwikkeling, een andere levensfase of bij het anders ervaren van je werk en je leven. Hier open over kunnen spreken, maakt dat een werkrelatie duurzaam wordt. En mocht het vuur in de toekomst toch minder worden, dan kan een medewerker altijd inzetbaar zijn voor een andere functie binnen de eigen organisatie. Maar dan moet je er wel over durven praten!

Kortom…

Als jij zelf merkt dat je de uitdaging mist ga dan het gesprek aan met je leidinggevende. Een loopbaanonderzoek kan helpen bij het in kaart brengen van jouw mogelijkheden, maar ook bij het herontdekken van wat je talenten zijn en wat je drijft. En voor leidinggevenden geldt de stelregel dat een goed huwelijk ook niet blijkt uit het jaarlijkse bloemetje *het functioneringsgesprek* (Boselie, 2018), maar uit continu contact in tussentijdse gesprekken tussen leidinggevende en medewerker.

Literatuurlijst

Bakker, A. (2009). Bevlogenheid in organisaties. Opleiding & ontwikkeling: (15-19) – 11.

Boselie, P. (2018). Een functioneringsgesprek: we hebben het al decennia, maar waarom?

Compernolle, T (2014). Ontketen je brein. Tielt: Lannoo uitgeverij.

Tims, M., Oerlemans, W.G.M., Plomp, J. (2015). De rol van job crafting bij welbevinden. M&O: (50-62)

< Mini-blog: Welke persoonlijkheden hebben meer begeleiding nodig bij het thuiswerken? De trends voorbij: hoe HR sterk inspeelt op veranderingen >